De dagen na het einde van mijn reis

Op donderdag 21 juli werd ik toch al vroeg wakker, logisch eigenlijk daar is je lichaam op ingesteld geraakt. Maar wel lekker dat je je dan  nog een keertje kunt omdraaien. Om negen uur toch maar opgestaan en bij mijn tentje een kopje koffie gezet. Heerlijk!

Vandaag natuurlijk ook naar de pelgrimsmis, en vrijwel vooraan in de kerk gezeten. Vroeger ging ik meestal zo ver mogelijk achterin zitten, en dan ook nog het liefst achter een pilaar. Maar nu wilde ik toch wel alles meemaken. Het begon met een zangles van een non, zodat de vrijwel volle kerk het belangrijkste lied gozou kunnen meezingen. Daarna de begon de echte mis, eerst met het oplezen van de aantallen pelgrims die die dag waren aangekomen, met vermelding van de herkomst van degenen die een langere afstand hadden afgelegd. De non gaf telkens aan of we moesten opstaan, of weer konden gaan zitten, op een heel grappige manier. De mis eindigde met het zwaaien met een enorm wierookvat. Echt spectaculair om te zien! 

De rest van de dag heb ik gewoon genoten van het in Santiago zijn, van het kijken naar de mensen, en alles wat er gebeurt. Vooruitlopend op de naamdag van St Jacob zijn er overal optredens in de stad. 25 juli is toch wel een grote feestdag in Spanje, en dat heb ik me eigenlijk onvoldoende gerealiseerd bij mde planning van mijn terugreis. Die is er namelijk op gebaseerd dat ik op25 juli van mijn fiets en bagage kan inleveren bij het transportbedrijf, maar werken die wel opde 25e? Volgens de VVV is dan alles dicht. Daar moet ik morgen dan toch eerst maar even achteraan bellen.

's Nachts regent het een beetje, en op vrijdag 22 juli is het bewolkt. Ik wilde vandaag eerst naar Finisterre gaan met de bus, maar met bewolkt weer heeft het weinig zin om naar het strand te gaan. Als ik met Soetens, het transportbedrijf, bel hoor ik gelukkig dat ze maandag gewoon aanwezig zijn om fietsen en bagage in te nemen, en dat ik me daar dus geen zorgen over hoef te maken.   Ik ga vandaag weer Santiago in, want daar is nog genoeg te beleven. Ik moet sowieso nog de tombe van St Jacob bekijken, en het beeld achter het altaar een knuffel geven. De rij op de foto hieronder is dus niet voor de biertap!

Ik was helaas te laat voor de markt, ook altijd een mooi gezicht, dus dat hou ik nog tegoed. Ik ben toch nog maar een keertje bij de vvv langs gegaan voor een programma van alle festiviteiten deze dagen, zoals de processie, het vuurwerk en alle optredens in de stad. Dan kan ik bij mijn planning voor de komende dagen daar rekening mee houden. Een ding is duidelijk, Santiago is een geweldige stad, waar heel veel te doen is (en waar je ook wel op een makkelijkere manier kunt komen dan lopend of fietsendÔ»Ĺ).

Op zaterdag 23 juli heb ik meegedaan aan een excursie naar de Atlantische kust. Alternatief was om de bus naar Finisterre te nemen, en dan daar zelf uit te zoeken wat ik nog zou willen zien. Dit was wel net zo makkelijk... We hebben Muxia bezocht, ook vanwege de film The Way waarvan het einde in Muxia speelt.

Daarna zijn we doorgegaan naar de Cabo Finisterre voor het eigenlijke eindpunt van de Camino, met km 0.0. Ook natuurlijk vanwege het stralende weer een ontzettend mooi uitzicht. En daarna heerlijke visschotel gegeten in Finisterre zelf. Heerlijk

 

Tot slot ook nog de monding van de enige rivier in Europa bezocht die met een waterval in de zee komt. Erg toeristisch, maar ook erg mooi. En dit zijn nou van die dingen waar je anders niet zou komen.

De laatste stop was bij de grootste horreo (graanopslag) in Gallicie. Nou had ik al genoeg van die horreos onderweg gezien, dus dit hadden ze war mij betreft mogen overslaan. 

 

 

20 juli, van Palas de Rei naar Santiago

Het is vandaag bewolkt en nog redelijk fris als ik vertrek. Toch ook maar even een foto maken, wat niet op prijs wordt gesteld door een rolstoeler die bergopwaarts komt. Ik heb dus nog maar een tweede foto gemaakt waar hij niet op staat.

Tot aan Melide loopt de route over de N-547, een redelijk drukke weg. De grotere wegen hebben redelijk brede stroken langs de kant, waar je je als fietser toch redelijk veilig bent, ondanks al dat langsstormend verkeer. Er zitten wel wat kleine klimmetjes in het eerste deel van de route maar het gaat al met al toch voor het merendeel omlaag. Lekker doorfietsen dus. Ik ben al om half negen in Melide. Rond due tijd is er meestal echt nog niets open, dus als ik een kerk zie met open deuren stap ik daar opgewekt naar binnen. Foutje, die open deuren zijn voor de ochtendmis en niet voor pelgrims die de kerk willen bekijken en een stempel willen scoren. Als een van de lokale mensen de kerk verlaat, besluit ik dat voorbeeld maar te volgen. Even verderop is een souvenierswinkelfje waar je ook een stempel kunt krijgen, dus de eerste van de dag is binnen.

Vanaf Melide gaat het weer verder over een kleinere weg, en dat fietst toch wel iets relaxter. Er staan veel eucalyptusbomen, met een bijzondere geur. In  Arzua sta ik voor de keuze, wat doe ik: blijf ik hier en ga ik morgen verder naar Santiago of fiets ik lekker door? Ik weet dat in het laatste deel nog veel klimmetjes zitten, maar aan de andere kant kant kan ik dan lekker op de camping gaan staan en morgen uitslapen etc. Het is nog vroeg, het is nog steeds bewolkt en ik voel me goed, dus ik ga lekker verder fietsen!  Het is nog zo'n 40 km fietsen, en dat is prima te doen. 

Het laatste stuk is nog best wel ruig, met een aantal stevige klimmetjes, maar om kwart over vier is het dan zover, ik rij Santiago binnen.

En rond half 5 sta ik op het plein voor de cathedraal. Een bijzonder moment, de tranen stonden toch wel in mijn ogen. 

Morgen ga ik uitslapen, naar de pelgrimsmis (waar ik genoemd wordt vanwege mijn bijzondere = lange reis) en verder genieten van de stad. Ik kwam ook al direkt bekenden tegen, Nelson, en Sjef en een Frans echtpaar. Heel bijzonder wat zo'n reis met je doet, en wat je er aan herinneringen aan overhoudt!

 

 

19 juli, van Sarria naar Palas de Rei

Ik wil alle lezers van mijn blogs heel erg bedanken voor hun belangstelling en voor alle vriendelijke en aanmoedigende berichten die ik in de afgelopen tijd heb ontvangen! 

Tot gisteravond laat kwamen er nog mensen de albergue binnen, niet omdat ze nog zo lang doorgelopen hebben, maar omdat ze vanuit overal ui de wereld in Sarria starten voor de laatste 100 km naar Santiago. Dat betekende gisteravond de nodige drukte In de albergue en op straat en vandaag op de route. Het leek af en toe wel of ik in de 4-daagse was beland.

Ik ben al vroeg wakker, en al voordat het echt licht is aan het fietsen. Licht aan dus, en voor alle zekerheid ook maar mijn veiligheidshesje, want mijn achterlicht is door de tent niet te zien. Het voordeel van zo vroeg op pad zijn, is dat je al de nodige kilometers kunt maken voordat het warm, en dat scheelt enorm. Vanuit Sarria moet er diect al geklommen worden. Het zijn alleen maar heuvels en geen hoge bergen meer, maar wel met van die geniepige heuveltjes. Als het licht is, en de ketting van mijn fiets blijft piepen en kraken, stop ik bij de eerste de beste picknickplaats, want ik heb nog kettingolie! Laat ik die dan ook maar gebruiken. En ook dat scheelt weer: een gesmeerde ketting loopt toch wel wat soepeler. Na 20 km komt de brug over de RiO Mino in beeld. Wat een mooi gezicht!

 

Even later gevolgd door de brug over het Embalse Belesar. Voor de aanleg van dit stuwmeer is een heel dorp, Portomarin, verplaatst.

Na Portomarin volgt de laatste lange klim van deze vakantie, 330 meter klimmen, over in totaal 12 km. Helaas zitten er ook (weer) een paar van die steile stukken in, waarom dat nou telkens nodig is... Vlak voor Ventas de Naron sluit de fietsroute weer aan op de wandelroute. Het is nu niet alleen oppassen voor gaten in de weg, maar ook voor lopers die de hele weg in beslag nemen, zonder te letten op andere weggebruikers. Rond éénen ben ik in Palas de Rei, een plaats waar het boekje alleen over weet te melden dat er een drukke verkeersweg doorheen loopt. Ik ga toch stoppen, morgen weer verder voor de laatste 75 km. Of dat in een of in twee dagen wordt weet ik nog niet, volgens de grafiek met de hoogte gaat het nog behoorlijk op en neer op dat laatste stuk. 

 

18 juli, van O Cebreiro naar Sarria

Wat lekker, om je spullen door de hele kamer te kunnen verspreiden, en geen rekening te hoeven houden met (veel) andere mensen. De normale dingen uit je dagelijkse leven ga je door zo'n reis des te meer waarderen. Als ik rond een uur of half negen op de fiets stap, is het al niet echt koud meer, terwijl O Cebreiro toch op 1300 meter ligt. Dat belooft nog wat voor de rest van de dag.

Na de pas van Cebreiro volgen nog twee passen, die van San Roque en van Poio. Het klimmen gaat vandaag niet erg lekker. Het lijkt wel of mijn spieren nog aan het protesteren zijn over de tocht van gisteren. De laatste pas haal ik maar net, met aanmoedigingen van twee Spaanse fietsers. Dat moet worden gevierd met wat gedroogde dadels, volgens de Spanjaarden echt goed voor het fietsen. Op de pas ook gelijk maar de eerste pauze gehouden.

Vanaf Alto do Poio gaat het weer omlaag. Gelukkig niet met zo'n noodgang als twee dagen geleden, want dat was echt afschrikwekkend.

Het landschap wordt ook weer wat minder ruig, tenminste vanaf deze afstand.

Onderweg kom ik door verschillende dorpjes, allemaal klein, en voornamelijk terend op het Camino-toerisme. In Triacastela zou een interessante St Jacobskerk te bezichtigen zijn, maar op maandag, en vanwege de vakantie van het personeel gesloten... Ik heb alleen maar foto's van de buitenkant kunnen maken, en van de Rua Mayor.

31 triacastelli

Weer een klimmetje, en weer protesterende spieren, dat komt vandaag niet meer goed. Samos is de volgende interessante plaats. Sowieso vanwege de ligging aan de rivier in een groen dal (zie foto), maar ook vanwege het enorme klooster dat er staat. Er staat ook nog een kapel uit de 9e eeuw, maar ook die is op maandag dicht. Het klooster verkoopt wel allerlei prullaria,  kaar is niet te bezichtigen, jammer. Het stempel van het klooster is bijzonder indrukwekkend, maar neemt wel bijna 2 hokjes in beslag. Mijn crde tial is bijna vol. Red ik het daarmee tot Santiago?

Ik vind het te vroeg om nu al te stoppen, na de stop voor de lunch wil ik in elk geval nog verder fietsen naar Sarria. Bij elk klimmetje heb ik me trouwens wel afgevraagd waarom dat zo nodig moest.. In Sarria aangekomen volgt weer de zoektocht naar een slaapplaats. Door de VVV wordt ik naar een albergue gestuurd, waarvan ik me afvraag of die wel open is. Dan naar op zoek naar iets anders. Volgens de VVV zouden in de Calle Major verschillende albergues zitten. Ik heb de eerste de beste die ik tegenkwam gepakt. Morgen toch naar iets vroeger vertrekken. Zowel van de VVV als van de eigenaar van de albergue krijg ik het advies om een nieuwe credential op te halen, want vanaf dit punt moet ik hem toch wel twee keer per dag laten afstempelen. Bij de kerk hier vlak bij zou ik een nieuw credential moeten kunnen krijgen.

Na een uurtje of twee siësta, ik pas me al aardig aan, ga ik Sarria bekijken, dat wil zeggen het oude deel ervan. Toen ik Sarria binnen fietste kwam ik een grote stad binnen. Als je dan de foto ziet van de Rua Mayor, dan doet Sarria weer aan als een groter dorp.

31 rua mayor

Ik ben ook gelijk maar naar het klooster gelopen om een tweede credential op te halen, dan is dat ook maar gelijk gebeurd. Er begint zo meteen een dienst in de kloosterkerk, en daar komen toch een groot aantal mensen op af! Je munt wel zien dat het geloof hier nog veel meer leeft dan in Nederland.

En tot  slot van de dag zo meteen gezamenlijk eten in de albergue. 

17 juli, van Ponferrada naar O Cebreira

De kerkdienst van gisteravond begon met een processie, met veel knallen vanaf het veldje naast de albergue. Ook weer bijzonder om zoiets mee te maken! Na de processie, waarbij het Mariabeeld door een deel van Ponferrada werd gedragen, werd er ook nog een normale kerkdienst gehouden. Ondertussen heb ik gezellig wat zitten kletsen met een vrouw uit Duitsland, die ook alleen onderweg was. En daarna ook nog met Sjef uit Brabant die de camino ook fietsend doet. Tussen al die wandelaars schept dat ook wel weer een band.

Ik ben zoals gebruikelijk ook weer op tijd op. Het zou vandaag warm worden, dus misschien maar goed ook. Als ontbijt de laatste Magdalena's (cake) die ik nog heb en een pakje sap, en dan ga ik op weg. Als start de tempeliersburcht fotograferen, de klokkentoren, en de basiliek.

En dan verder op weg naar Villafranca. Dit is weer een streek waar wijn geproduceerd wordt, en dat zie je toch wel aan de huizen die er staan: luxer en minder vervallen dan de huizen in de streek waar ik eerder doorheen kwam. Sjef die net iets voor mij fietst behoedt mij voor het missen van een afslag. Het is dat hij hier afsloeg, anders was ik dit zijweggetje zo voorbij gereden.

Villafranca de Bierzo is weer zo'n stadje met een enorme burcht, en een stuk of wat kerken en cathedralen.

Ik ben nog te vroeg (half tien) om de eerste kerk te bezichtigen, dus eerst maar een kopje koffie met een plak cake. En daarna nog weer een keertje naar boven lopen om de kerk te bekijken (mooi) en een stempel te bemachtigen.

Mijn oorspronkelijke plan was om hier te overnachten, maar het is nog wel erg vroeg. Ik ga gewoon aan de volgende etappe, met die gevreesde klim, beginnen! Het klimmen begint rustig. Rond half een ben ik in Vega de Valcarce, qua afstand op de helft van de klim naar O Cebreiro, maar qua klimmeters nog maar net begonnen. Maar oh, wat is het hier mooi!!

De temperatuur begint op te lopen, maar ik voel me nog steeds goed, en ga rustig verder met klimmen. Vlak voor Puerto Pedrafita wordt ik toch wel moe, en begint ook de warmte mee te spelen. Rustig aan dus maar, af en toe afstappen, een stukje lopen of even zitten en daarna weer verder. Ver boven me kan ik het viaduct voor de snelweg zien, daar moet ik ook nog naar toe, zucht....

Als ik de eerst huizen van Puerto Pedrafita zie, voelt dat wel weer goed. Eerst maar even wat drinken in een kroegje, om al dat zweet aan te vullen. Nog 4,5 km en 200 hoogtemeters te gaan, dan ben ik in O Cebreira. Ik zie een bankje in de schaduw, en denk: dat is van mij, daar ga ik een uurtje op liggen tot het weer wat koeler is. Om een uur of half vijf is het tijd om weer verder te gaan. Deels fietsend en deels lopend ga ik verder. Maar oh, wat is het hier mooi. En dan zie ik O Cebreira voor het eerst te liggen. Altijd zo'n bijzonder moment: het doel is in zicht. Op de pas maar weer een selfie gemaakt! Ik heb het weer gehaald.

O Cebreiro is een soort van Volendam, de (Spaanse) toeristen worden met bussen tegelijk aangesleept, voor een dorpje met maximaal 10 huizen. Er is hier geen albergue, ik ga voor een kamer in een hotel. Wat een luxe, een kamer en badkamer voor mezelf, mijn fiets kan ik pas om 8 uur uit de garage halen, dat wordt serieus uitslapen!

Als ik de kerk binnenloop is daar net een dienst gaande. Heel bijzonder is dat de priester tijdens de preek niet op zijn preekstoel staat, maar tussen de mensen. En een uitspraak die ik heel erg herken is dat de Camino niet om het einddoel, Santiago, gaat, maar om de weg ernaar toe, en alles wat je tijdens die reis meemaakt.

Als ik op het terras van de hostel zit om te gaan eten, vraagt een Amerikaan of hij er ook bij kan komen zitten. We hebben tot laat in de avond zitten kletsen, over van alles en nog wat, en tot slot ook nog kunnen genieten van een bijzonder mooie zonsondergang!